Wist je dat ..

Het lied van Gerrit de kraai
(Gebaseerd op Vriend - uitgeverij Lemniscaat)
Tekst: L.M. Niskos

(Op de melodie van Cowboy Billie Boem)

En wat denk je dat mij laatst is overkomen? 
Vloog ik daar in volle vaart 
met een dreun tegen het glas!
'k Had natuurlijk moeten zien 
dat het raam niet open was 
maar voor een kraai ben ik een tamelijke slome. 

Van je hotsie-knotsie-knetter 
van je jippie-jippie-jee 
met een knetterende koppijn 
lag ik plotseling benee. 
Maar gelukkig, daar kwam Bob 
en die raapte me toen op, 
en nu gaat het stukken beter 
met mijn arme kraaienkop. 

Nou, ze legden me voorzichtig in een doosje 
en ze hebben me meteen 
naar de dierenarts gebracht.
Ik mankeerde verder niks 
maar ik lag lekker en ik dacht: 
Weet je wat? Ik blijf hier maar een poosje. 

Van je hotsie-knotsie-knetter 
van je jippie-jippie-jee 
ik kreeg lekkere gehakt 
en ik keek naar de teevee. 
Ja, het was een heerlijk leven, 
ja, het was gewoon een feest 
en ook Bob was heel tevreden 
want hij wou zo graag een beest. 

Maar Bobs papa zei: 'Een kraai hoort niet gevangen. 
Je moet 'm laten vliegen 
want hij is weer kerngezond.' 
Zelf had ik alweer de balen 
van het leven op de grond 
ik zat heftig naar de wolken te verlangen. 

Van je hotsie-knotsie-knetter 
van je jippie-jippie-jee 
o, wat was dat vliegen lekker 
yes, ik voelde me okee. 
Maar toen zag ik Bob verdrietig 
in de tuin beneden staan 
en dat vond ik toch zo zielig 
ik ben gauw teruggegaan. 

Van je hotsie-knotsie-knetter 
van je jippie-jippie-jee 
nu ben ik een vrije vogel 
maar ik kom wel steeds benee. 
Soms zit ik op Bob z'n schouder, 
soms ook achter op de fiets. 
Bob en ik zijn dikke vrienden, 
Bob en ik, wij staan voor niets!


Caviasmartlap
Gebaseerd op Liever een hond - uitgeverij Lemniscaat
Tekst: L.M. Niskos

(Op de melodie van Patsy) 

Ik hou van honden, vooral van die grote, 
je weet wel, zo’n zwarte met een heleboel haar, 
met flappende oren en zwiebelige poten, 
en daarom zeur ik al meer dan een jaar. 
Helaas wil mijn moeder van honden niks weten, 
een goudvis is prima, een schildpad oké, 
maar een hond gaat te ver – nee, dat kan ik vergeten 
ik krijg zelfs geen kleintje, ze zegt gewoon nee. 

Mamma, ik wil een hond, 
eerder hou ik niet m’n mond, 
o, ik wil het zo graag 
en het liefst nog vandaag, 
Mamma, toe mag ik een hond! 

Bas van de buurvrouw, kan ik die niet krijgen? 
Ik laat hem vaak uit en hij luistert naar mij. 
O had ik toch maar zo’n hond van m’n ei-eigen, 
dan was ik wel zo verschrikkelijk blij. 
Kees, zei m’n moeder, hou op met dat zeuren 
jij krijgt je beest – dus ik dacht: o wat fijn, 
gaat het nu eindelijk toch nog gebeuren 
bleek het zo’n caviamormel te zijn. 

Mamma, ik wil een hond, 
eerder hou ik niet mijn mond 
o, ik wil het zo graag 
en het liefst nog vandaag, 
Mamma – toe mag ik een hond! 

Goed, ik behandel dat beest als een hondje 
maar ’t is een viespeuk, hij poept waar ie loopt, 
dus waste ik zorgzaam de stro van zijn kontje, 
waardoor hij haast in de badkuip verzoop. 
Langzamerhand ben ik aan hem gaan wennen, 
hij loopt nu gewoon in m’n kamertje rond 
en hij kan ook al een klein beetje zwemmen, 
maar ’k wil toch eigenlijk liever een hond. 

Mamma, ik wil een hond, 
eerder hou ik niet mijn mond, 
o, ik wil het zo graag 
en het liefst nog vandaag,
Mamma – toe mag ik een hond!
terug