20-11-2017

Hoe oud is nieuws?!

Lieve lezer,
je zult het snel bemerken: deze pagina houd ik niet zo erg bij. Het meeste nieuws staat op mijn HOME page en wat nader uitleg vind je op WIST JE DAT.
Op facebook zie je sneller nieuws van me. Goede reden om vriend van me te worden. Vraag ik je misschien ook wel op mijn verjaardag. Missschien, hoor!

Prijsvraag

Prijsvraag ‘Mevrouw Anke Kranendonk de kinderboekenschrijfster, wilt u een verhaal over onze klas schrijven?’
Deze vraag krijg ik bijna dagelijks als ik scholen bezoek.
‘Waar moet het dan over gaan?’ vroeg ik de afgelopen maanden.
‘Over een stomme meester.’
‘Over dat we ruzie met elkaar hebben.’
‘Nee, dat Hasha en Ali verkering krijgen.’
‘Nee!’ gilde Ali, knalrood geworden. ‘Kunt u niet schrijven dat de klas ontploft en dat we allemaal de ruimte in worden geslingerd en dat er in de lucht allemaal zenders zitten, die ons taal en rekenen instralen, zodat we noooooit meer naar school hoeven?’
‘Dat kan,’ zei ik.
We besloten er een prijsvraag van te maken. Alle kinderen in Nederland en Vlaanderen mochten een idee inzenden voor de grootste ellende in de klas. Daarvan zou ik een verhaal maken.
Wat een vreselijke dingen kunnen kinderen bedenken! Gruwelijk, ellendig, zielig, grappig, onmogelijk, hilarisch, heroïsch. Bij het idee van Afra en Tess, liepen me de rillingen over de rug. Stel je voor dat de nieuw juf je vriendinnetje in een knoflookpad verandert, en je vriendje in een Australische brulkikker.
Ik begon te schrijven. Maar ja, ik zou Anke Kranendonk niet zijn, als ik er halverwege het boek genoeg van zou krijgen. Ik kreeg zo’n zin om die nare glibberige juf te gaan plagen, dat het boek uiteindelijk heel anders afloopt, dan ik van te voren had bedacht!
Rennen!!! Waar naar toe? Naar de bieb, daar kun je dit boek lenen. En volgend jaar kun je het ook kopen!

Amsterdam

Amsterdam Het is zomer, en een fantastische gelegenheid om met je moeder een dagje op stap te gaan. Maar pas op: je kunt elkaar missen in de tram, je kunt met de verkeerde bus gaan, je kunt met je naaldhak in de tramrail blijven steken, je kunt onder een taxi komen, je kunt meegenomen worden door tachtig enge mannen en vrouwen, je kunt omver geskate worden door een skateboard, of van je sokken gereden worden door een fietser, of een gestresste automobilist rijdt door rood, of je gaat aan de drugs en de drank en iedereen kijkt scheel uit zijn ogen, en iedereen pikt het geld uit je portemonnee, je kunt in het museum op je moeder wachten, die naar de wc moet en nooit meer terug komt. 
Je kunt…. Joh, het is hartstikke leuk in Amsterdam. Ik heb er dertig jaar gewoond, nooit een centje pijn gehad. Totdat ik kinderen kreeg, en met de tram door de stad reed. Toen was ik wel eens bang dat ik zou instappen en mijn kleine schatje achter zou blijven. Wat zouden we dan moeten doen??? Het is gelukkig nooit gebeurd, maar van alle bange fantasieën heb ik een boek geschreven.
Het leek me leuk om de hele wereld te laten meedoen. Daarom is het een “toneellees” boek geworden. Er komen zoveel verzonnen personen (personages) in voor, dat je dit boek gezellig met je vriendin, vriend, broer, zus, vader, moeder, oma, opa, buur, overbuur, achterbuur, tante, oom…. kunt lezen.
HEEL VEEL PLEZIER ERMEE!

Vuur

Vuur Sam is net verhuisd en gaat naar een andere school. Er is zoveel nieuw, dat Sam erg moet wennen. Even lijkt het alsof hij alles wat hij vorig jaar geleerd had, vergeten is.
Zijn nieuwe juf begrijpt hem niet en vindt Sam een lastige en domme leerling. Hoe Sam ook zijn best doet, tussen hem en de juf gaat het niet goed.
Maar dan krijgt Sam een hond, wit met rode vlekken. Hij noemt hem Vuur! Vuur begrijpt Sam helemaal en daarom gaat het beter met Sam. Als zijn hond een ongeluk krijgt, is er niet veel meer van Sam over. Op school loopt het helemaal uit de hand.
 
Op een dag ziet Sam een loslopende poes. Hij is bezorgd dat de poes ook een ongeluk krijgt en loopt haar achterna. Zo komt hij bij Wiwi terecht, een aardige, oude mevrouw. Zij heeft een drumstel in haar huis staan. Sam mag van haar op het drumstel spelen en zelfs terugkomen om van Wiwi drumles te krijgen. Elke week leert Sam meer ritmes en door het leuke contact dat hij met Wiwi heeft, krijgt Sam langzaamaan weer zelfvertrouwen en plezier.
 
In dit boek beschrijft Anke Kranendonk hoe een kind wanhopig probeert te voldoen aan alle eisen die aan hem gesteld worden. Je sluit dit kind onmiddellijk in je hart..

Je kunt hem nu bestellen: ISBN: 978 90 477 02481

Nijlpaarden

Nijlpaarden Soms ben ik een beetje verliefd op mijn eigen boek. Nu ook weer:

Dit boek heb ik geschreven voor alle lieve juffen (en meesters) van de wereld. Zij moeten 
zo hard werken op school. Als alle kinderen allang thuis onderuitgezakt met een zak chips 
en een veel te groot glas cola, voor de buis hangen, of ergens in een boom aan het klimmen zijn en aan een tak tussen hemel en aarde bungelen, zit de juf nog achter haar bureau. 
Ze moet schriften nakijken, en als dat gebeurd is moet ze lijsten invullen. Van elk kind 
moet ze precies bijhouden hoe ver het met alle vakken is. Wat een gedoe! Een goeie juf heeft dat wel in haar hoofd zitten!
Daarom schreef ik een nijlpaard voor de juf, een lief, lekker en leuk boek en een cadeau voor alle leerkrachten!
Dit boek kunnen kinderen uit groep 3 al lezen. Maar dan moeten ze wel heeeeel goed
kunnen lezen. Het is namelijk geschreven in AVi 9 (E6)! Dan moet je wel heeeel goed zijn. Dus is het ook voor kinderen uit groep 4 en groep 5 en groep 6.
(Zie boeken – leeftijd 8 )

Hou je van lekkere, malle boeken?
Dan is De Spatjes wat voor jou. In Waar zijn de Spatjes? houdt oma een feest omdat ze 
85 is geworden. En oma is niet een beetje duffe oude dame, nee, zij is een heerlijk maf mens. Ik heb het boek met heel veel plezier geschreven (en er stiekem ook wat “maatschappijkritiek” doorheen gegooid. Heel fijn om te doen.) 
Waar zijn de Spatjes is een dikke pil en geschikt voor kinderen boven de 9 jaar. Maar het gekke is, dat het in iets makkelijker woorden is geschreven dan het hierboven beschreven boekje een Nijlpaard voor de juf.
(Zie boeken – leeftijd 10 )

Doorlezers

Doorlezers Samen met Miriam Oldenhave heb ik een serie geschreven. Miriam het ene boek en ik de andere, Miriam de volgende en ik ook weer de volgende. De serie heet: doorlezers. Het eerste boek heet: Stern is het zat en is geschreven op AVI 4 niveau. Het boek van Miriam dat er naadloos op aansluit is op AVI 5 niveau geschreven. Haar boek (Plan drie) gaat over Jordi, een jongen die in mijn boek ook voorkomt. En Stern komt in het boek van Miriam voor. Snap je?! Het volgende boek, ook weer op Avi 4 niveau geschreven, heet: Poesjes in nood!En het derde boek: Dat doe je niet. Het bijzondere van de boeken van Miriam en mij is, dat de tekening op de kaften doorlopen. Dus de boeken horen echt bij elkaar! Er valt dus voor iedere leeftijd weer heel veel nieuws te lezen!

Daar gaan we weer

Daar gaan we weer Sean (spreek uit Sjon) zit in de brugklas van een groot lyceum. Het is een dolle boel in zijn hoofd, op school ook, en thuis maakt iedereen er een potje van. 
Ik heb het met veel plezier geschreven en hoop dat jullie het allemaal met veel plezier zullen lezen! In het boek heb ik een van mijn hobby’s gestopt. En die hobby is: krantenartikelen verzamelen. Niet alle artikelen natuurlijk, maar malle stukjes. Over de vrouwtjeseenden in Roermond die massaal sterven en hoe dat komt.

Over de zweetvoetenman die niet meer in de bibliotheek mocht komen omdat zijn voeten zo stonken. Over keurige dames die helemaal niet zo braaf zijn als ze eruit zien. 
En nog veel meer. Lezen dus!
Ik krijg er geweldige reacties op! (Nu ja, ééntje niet. Van een keurige mevrouw die de humor van het boek niet snapte).
Edward van de Vendel schreef bijvoorbeeld op zijn site:
DGWW is luchtig en ontroerend tegelijkertijd. 
DGWW is een boek waarvan je meteen gaat houden. 
DGWW is onweerstaanbaar komisch, en toch zó echt. 
DGWW is een van de allerbeste Kranendonk - boeken én 
een van de allerbeste boeken van de laatste tijd.

Ik word nooit normaal

Ik word nooit normaal Tegelijk met Daar gaan we weer komt Ik word nooit normaal in een herziene versie, gestoken in een ander jasje, opnieuw uit. Ditmaal gaat het over Anne die naar de brugklas gaat, die veel nadenkt en om de een of andere reden snel ruzie heeft met de mensen om haar heen, terwijl ze toch van hen houdt. 
Dus brugklassers: jullie kunnen er tegenaan! Er hebben al tientallen, honderden, duizenden (miljoenen!) dit boek gelezen!

Alles is weg

Alles is weg De roman Alles is weg is uit! Ik ben er trots op, het is een mooi boek geworden. Vrijdagavond was de presentatie in boekhandel Den Boer in Baarn. De winkel was bijna net zo vol met mensen als met boeken! (Zie filmpje)


Een paar reacties:
”Eén grote brok emotie. Ik vind het PRACHTIG!
Tranen stroomden over mijn wangen en uiteindelijk heb ik ze maar laten lopen want steeds als ik ze had weggeveegd begon het weer. Een boek waar je meteen helemaal in zit en dat je ook niet meer kunt wegleggen want er is geen enkel moment waarop dat past. Ik ga het echt aan iedereen cadeau doen!
liefs, M”.
Enkele citaten uit de NRC: “Het verhaal komt aan als een linkse directe die je naar adem doet happen. Anke Kranendonk heeft zich met dit boek ontpopt tot belangrijk auteur.”

Quad

Quad Lieve lezer, 
Fijn dat je er weer bent. Ik ben er ook! Terug van vakantie, waarin ik weer de mooiste avonturen heb beleefd. Ik heb bijvoorbeeld op een donkerblauwe quad over een eiland in Griekenland gescheurd, met mijn zoon achterop. Na honderd meter reed ik al de berm in, maar daarna ging het goed. Op zo’n quad zit een kleine hendel die je met je duim moet indrukken om gas te geven. De hele avond en nacht, toen ik allang van die quad was gestapt, bleef mijn duim trillen. Fijn hoor, als je rustig ligt te slapen. 
De rest van de avonturen vertel ik niet, die stop ik lekker in mijn boeken. 

Hobby's, handtekeningen en foto's

Hobby's, handtekeningen en foto's Dag lieve lezer. En jullie maar denken: waar blijven de foto’s over alle hobby’s van Anke Kranendonk? Hoe moet het als ze op school komt en ik weet niets over haar. Moet ik het dan allemaal gaan vragen: Wat zijn uw hobby’s, heeft u kinderen, lezen uw kinderen uw boeken, doet u aan sport, krijgt u wel eens spierpijn van het schrijven, wordt u er wel eens moe van, vindt u schrijven leuk, is schrijven moeilijk, als u geen schrijver was geworden, wat was u dan geworden, hoe maak je eigenlijk die boeken, waar koop je de omslag van de boeken. En mag ik een handtekening?

Vooruit, ik geef alvast wat antwoorden.

Lezen uw kinderen al uw boeken?
Nee, niet alle, wel de boeken die ik voor jongeren schrijf, omdat mijn kinderen nu zelf “jongere” zijn.
Vroeger, toen mijn kinderen kleiner waren, een jaar of 4, 5, 6, en ze uit school kwamen met vriendjes, zat ik aan de tafel met appelsap en een koekje. Vaak wilde ik ze dan enthousiast het verhaal voorlezen dat ik die dag had geschreven. Ik was benieuwd wat mijn kinderen ervan vonden: of ze het begrepen en of het leuk was. 
‘Nee!’ riepen ze dan. ‘Niet weer een verhaal!’ Mijn jongens sprongen op en wilden weggaan. Maar de vriendjes zeiden: ‘Ja leuk, lees maar voor.’ Daar zat ik dan, met de vriendjes aan tafel, terwijl mijn zoons al buiten speelden. 
Nu mijn kinderen groter zijn en met de dag kritischer worden, ben ik altijd wel zenuwachtig als ze mijn werk lezen. Vinden ze het leuk? Dan ben ik erg blij, zoniet, dan moet ik weer overnieuw beginnen.

Waar koop ik de omslag van de boeken?
Als je met een verhaal begint, is er nog NIETS. Alleen een groot leeg scherm, of een kale witte pagina met lijntjes. Het verhaal is er zelfs nog niet. Dat ontstaat pas als ik het schrijf. 
Als het verhaal helemaal af is en goed genoeg om er een boek van te maken, gaan we kijken wat een mooi omslag voor het boek kan zijn. Dus dan pas gaan we kijken welke vorm het verhaal gaat krijgen.
Een lief meisje dacht eens dat er ergens een winkel bestond met lege boeken. In die winkel kon je een boek kiezen met een leuke voorkant, zoals bijvoorbeeld “Vriend”. In dat lege boek, met de voorkant van Vriend, ging ik een verhaal schrijven over een jongen die graag een vriend wilde. Maar zo is het niet. Het is dus andersom!

Word ik wel eens moe van het schrijven?
Ja, lieve lezer, als ik veel moet nadenken, word ik doodmoe. Dan doe ik een dutje, op de bank, in mijn stoel, in de trein, op de wc. Overal waar ik ben, doe ik een tukje. Heerlijk is dat. Als ik wakker word, weet ik meestal hoe mijn verhaal verder moet. 
Toen ik begon met schrijven moest ik wennen dat je van denken moe kon worden. Moe van een verhuizing kan ik me voorstellen, of moe van een dag in een schoolbank hangen, of moe van een hele dag toneel repeteren, of moe van 25 kilometer hardlopen, maar van denken?! Ja, dan heb je een moe hoofd.

Maar nu: die hobby’s. Ja echt! 
Heb je mijn leuke badmuts al gezien? Ik ben gek op zwemmen. Eerst 60 banen borstcrawl, dan 10 banen rugcrawl, dan 10 schoolslag, dan 10 vlinderslag en als laatste 10 banen van alles en nog wat. Soms heb ik geen tijd voor 100 banen, dan zwem ik er 60. 
Er is één nadeel aan zwemmen, en dat is er echt maar één, dat is het zwembrilletje. Dat zit zo strak om mijn ogen, dat ik na het zwemmen heel lang met een soort kikkerogen loop, met dikke wallen onder mijn ogen. Mijn dochter kan dan altijd zo fijntjes opmerken: ‘Ma, je wordt nu echt oud, met die wallen onder je ogen.’ Pff, klets maar raak. Ik zwem haar er zo uit.

Helaas heb ik nog geen mooie foto van mij op de motor waarop ik flitsend door de bocht ga, of suizend de snelweg oprijd, of gierend langs de files ga. De fotograaf heeft dat meerdere malen geprobeerd, maar geen enkel fototoestel kan mijn snelheid aan. Zie je het voor je? Staat er een vlotte man met het toestel in de aanslag. Daar kom ik aan. Ronk. Voorbij. Nog voordat er op het knopje is gedrukt, zit ik al in Duitsland. Arme fotograaf, hij heeft wel honderd keer op het knopje gedrukt en honderd keer heeft hij een vangrail vastgelegd, of een file, of een huis. Maar niet mij! Gelukkig stop ik altijd precies op tijd. En waarom? Om bij jou op bezoek te komen, op school of in de bibliotheek. Je kan altijd vragen of ik op bezoek kom. Kijk maar op de site van SSS. Met de motor vol boeken? Misschien!

Zo, nu ga ik even een uurtje rennen. Helaas heb ik daar ook geen foto’s van. Ik moet eerst maar eens een andere fotograaf op de kop tikken, want hier geldt hetzelfde: honderd foto’s van een duinpan, de zee, een haas, een bizon, een wild paard, maar niet van Anke Kranendonk die met gezwinde spoed voorbij komt gedraafd! 
Tot zover, lieve lezer, ik zou zo zeggen: lees al mijn boeken, je wordt er blij van!

Dinsdagavond

Dinsdagavond Daar ben ik dan weer eens, lieve lezer. Ditmaal met een avontuur van mijn website zelf. Er is bij hem ingebroken! Ik wist niet dat het kan, maar er schijnen zelfs boeven over het internet te vliegen, die met gemaskerde gezichten en zijden handschoentjes aan een beetje in mijn privé kunnen morrelen, zonder dat ik het in de gaten heb. 
Op een gegeven moment kreeg ik een telefoontje van een mevrouw uit Zuid-Limburg, die privé website-detective is, en me met omfloerste stem toesprak: ‘Mevrouw Kranendonk, weet u dat uw website open en bloot ligt.’ 
Hallo zeg, ik had net vanwege privéomstandigheden (ik was gezellig op motortoer naar Luxemburg) een tijdje niet op mijn eigen website gekeken. Toen ik dat na het geheimzinnige telefoontje meteen wel ging doen, zag ik dat iedereen zomaar al mijn teksten en foto’s kon veranderen en dat de leuke plaatjes bijna allemaal verdwenen waren. 
Zijn ze nou helemaal betoeterd, die halve gare virtuele internetboeven! 
Nu ja, ik heb –hup- mijn website meneer er op af gestuurd, en onverwijld heeft hij de knuppel uit het hoenderhok gehaald, of hem er in gegooid, weet ik veel, ik ben nog steeds in de war van dat hele gedoe. Maar goed, met vereende krachten heeft hij de boeven verjaagd en de website zodanig hersteld dat iedereen er weer volop van kan genieten. 
Tja, dat is ook zo iets. Ik kijk niet zo vaak op mijn eigen website. Het is niet zo dat ik tijdens een schrijfdipje denk: Kom, hoe zou het met Anke Kranendonk zijn? Waar is ze eigenlijk geboren en hoe lang was haar achtertuin vroeger, waarom is ze gaan schrijven en wat is haar leukste boek? 
Wist je, opvallende lezer, dat ik inmiddels weer een jaartje ouder ben geworden? Ik ben nu al 48 jaar. Op zich is dat helemaal niet erg, het leven valt nog best mee. Het enige vervelende is dat ik van die flupvellen onder aan mijn bovenarmen krijg. Werkelijk geen gezicht! Als ik nies, flubberen die vellen, als ik lach, als ik praat, ren, zwem, altijd kwabbelt er iets onder aan mijn armen, zonder dat ik dat zelf laat gebeuren. En je begrijpt…met drie kinderen die er van houden om hun moedertje te plagen… 
Daarom lieve lezer ben ik gaan motorrijden. Ik hijs me in een lederen motorpak met armen en benen er aan vast, waardoor niemand meer zicht heeft op die onderarmen die meer weg hebben van een kippenhals dan van een lekkere sportvrouw. 
Zo, genoeg maar weer. 
Ik beloof iedere lezer met mijn hand op mijn tere ziel dat voor het begin van de zomervakantie foto’s en nieuwe boeken op mijn site staan.

Maandagochtend

Maandagochtend Dag lieve lezer, daar ben ik eindelijk weer eens een keer. Het is maanden geleden dat ik op mijn website heb geschreven. Dat is natuurlijk helemaal niet goed, er zijn mensen die elke dag op hun site schrijven! Dat komt omdat ze elke dag wat meemaken. 
Ik maak geen moer mee. Ja, ik schrijf een boekje, en nog een en nog een. En dan weer een dikke pil. De afgelopen maanden heb ik een heel dik boek geschreven en daarvoor ook een. Je ziet ze nog niet in de winkel liggen, omdat er nog geen kaft omheen zit. Zover ben ik nog niet. Eerst moet ik alles wat ik geschreven heb wegleggen, een paar nachten goed slapen, soms een paar maanden. Dan lees ik mijn verhaal opnieuw en ga er van alles aan veranderen. 
Zo gaat dat bij mij. 
Ik zit ook de hele dag met mijn ogen dicht, dat is lekker rustig en gebeurt er ook niet zo veel. Afgezien van het feit dat ik soms ergens tegenop bots met die dichte ogen. 
Laatst nog, toen ik even een kopje koffie ging halen. Natuurlijk had ik mijn ogen open kunnen doen, maar dat was ik even vergeten. Viel ik toch met alle rommel die er op de trap lag, naar beneden. Lag ik daar op de gangvloer tussen de enveloppen, de pantoffels, de vieze vaatdoeken, de doosjes punaises, CD’s, boeken, vooral stapels boeken te gieren van de pijn. Had ik mijn hoofd gebroken.

Ik naar het ziekenhuis, hoofd in het gips laten zetten, weer terug naar huis met de ambulance (dat was wel leuk). Lekker zwaar hoor, je hoofd in het gips, ik zit de hele dag te knikkebollen.
Nou ja, gelukkig zitten mijn vingers niet in het gips. Ten eerste is dat een idioot gezicht, al je vingers in het gekleurd verband en ten tweede is het ook heel moeilijk voor de gipsmeesters (zo heten de mensen die je in het gips draaien) om die kleine garnalen in het gips te wikkelen. 
Maar! In dat ziekenhuis heb ik mijn ogen uitgekeken en meteen toen ik thuis kwam heb ik een echte doktersroman geschreven. Een stripverhaal nog wel, over een fijne dokter met een stoppelbaard. Speciaal voor mensen die nog niet zo lang in Nederland zijn en de taal moeten leren. 
En in de tussentijd heb ik nog veel meer geschreven. Kijk maar op nieuws, daar staan alle nieuwe boeken op. 
Wist je trouwens dat er heel grote mensen, volwassenen dus, die een beetje, hoe zal ik het zeggen, een beetje mal doen, omdat er ooit iets, toen ze klein waren, mis is gegaan. Zo was er eens een meneer, een echte grote man, die zo graag politieagent wilde worden. Een flinke baas met een blauw pak aan en een pet over zijn oren, iemand die de baas kan spelen over de mensen en de auto’s en de fietsers. Iemand die lekker bonnen kan uitdelen, lieve brave mensen de stuipen op het lijf kan jagen door ze aan te houden en te zeggen dat ze niet netjes rijden. Zo’n meneer was er. Maar… hij mocht geen politieagent worden van zijn moeder. Toen werd hij 35 jaar en… Wat hij toen ging doen kan je lezen in een boekje dat ik speciaal heb geschreven voor dyslectische kinderen, gewone kinderen dus die niet zo heel snel lezen als het beste kind uit de klas. 
Maar voor het beste kind uit de klas is het ook een hartstikke leuk verhaal! 
En! Er is weer een nieuwe Peer uit! Ditmaal gaat hij naar de sneeuw en krijgt hij snowboardles. Je kan bijna wel raden hoe dat zal gaan. 
Er zijn nog meer nieuwe boeken, daarover vertel ik op de nieuwspagina meer. 
Zo, lieve lezers, dat is het weer. Ik zal echt mijn best doen jullie wat vaker op de hoogte te houden van mijn schrijversbestaan. 
Hartelijke groet en tot de volgende keer maar weer!

Het einde van een lange kinderboekenweek

Lieve lezers, ik ben op dit moment wereldberoemd in: Veldhoven, Amersfoort, Apeldoorn, Arnhem, Duiven, Leiden, Leiderdorp, Eerbeek, Brummen (ik sta zelfs in de krant!), Geldrop (ligt bij Eindhoven, ik was daar zelfs op de TV, onherkenbaar door de roze leesbril die ik op had), Abbenbroek (ligt in de provincie…), Beverwijk, Capelle aan de IJssel (ligt in de provincie…), Bloemendaal en nog veel meer plaatsen waar ik verleden jaar al beroemd was geworden, of de jaren ervoor. 
Kinderen vragen mij altijd van alles: hoe komt u er nu allemaal op, hoe oud bent u, hoe komt u al zo grijs, heeft u kinderen, huisdieren en een man, bent u beroemd, wordt u herkend op straat, loopt u met bodyguards, en bent u rijk?
Dat vind ik werkelijk de leukste vraag die men mij kan stellen: Bent u rijk?
Ja! Dat ben ik. Vol trots vertel ik over mijn topmodel Audi R8, over de Audi TT die ik wil kopen, maar dat ik nog even twijfel tussen een Audi TT of een V12 TDI. 
Ik weet alles van de V12 TDI: hij is namelijk familie van de Audi, met een motor in V-opstelling. Maar bij deze auto heeft hij een blokhoek van 60°,wat perfect is voor dit type motor. Geweldig toch! Snap jij het nog? Ik niet.
Maar het lijkt me allemaal prachtig, ik ben gek op autorijden.
En ik vertel ook dat ik op een Yamaha Viagra rondrijd, echt waar, in een lederen motorpak en een helm op en dat ik droom van een Harley Davidson 1200, dat ik die ga kopen als mijn volgende boek verschijnt omdat ik daar meteen een miljoen van verkoop. 
En o ja, ik koop ook meteen een kindermeisje voor al mijn kinderen, een kinderjongen is ook goed. Ik kan dan nog meer gaan schrijven en nog meer auto’s kopen, ook een voor mijn zoon, die wil zo graag een oude mooie Ford Mustang Cabriolet of -GT500 met een mooie motor en mooie velgen en mooie bekleding . 
En helaas, ik moet dan ook weer nieuwe steunzolen kopen. Dat zijn van die stomme uitgaven die je helemaal niet wil doen, maar die ik wel moet doen, want hoe kan ik typen zonder steunzolen, met knokeltenen die recht in de schoenen dienen te staan anders vergroeien mijn voeten onder het bureau door. 
Nu ja. Poe poe.
De kinderen vragen me ook waar ik al die auto’s en motoren laat. Ik moet dan zeker wel een groot huis hebben. Wel ja, dat doe ik er ook maar even bij. Een heel groot wit huis met inpandige veranda’s waar het altijd schoon is en geen stof waait omdat er net even geen keuken verbouwd wordt. 
Ooo is dat allemaal echt waar? 
Ja, dat is allemaal echt waar, in die rijke fantasie van me. Want dat is het voordeel: In die rijke fantasie hoef ik nooit te tanken, ben ik altijd tot aan de nok toe gevuld met benzine en heb ik nooit een lekke band. Maar wat nog het plezierigst is: ik rijd zo hard als ik wil, nooit of te nimmer word ik geflitst door zo’n eng kastje waar een politieman in verstopt zit die uit verveling met opgetrokken knieën mij gaat zitten fotograferen. In mijn rijke gedachte scheur ik van Abbenbroek naar Duiven, van Apeldoorn naar Geldrop, op mijn Yamaha Viagra, in mijn Audi S6 (toch maar liever een cabrio, dat staat zo leuk, met grijze wapperende haren).
En nu ik het over die fotograferende mannetjes in grijze kastjes boven de snelweg heb, zal ik jullie vertellen waarom ik altijd bedaard met de trein kom: ik waag me niet meer in een auto of op een motor. De bekeuringen vlogen de pan uit. Dus op de vraag of ik rijk ben, kan ik nu volmondig antwoorden: “Nee!” Alles gaat per oranje post naar de etterige politiemannetjes in de flitshokjes aan de N206, de A2, aan de A12, bij Katwijk, bij Leiden, in Alphen, in Oostburg. Waarom die mannetjes de hele tijd in zo’n klein hokje alle Nederlanders fotograferen, terwijl hun moeder smachtend met een kopje koffie op hen zitten te wachten, 
is me een groot raadsel. 
Mij hebben ze er genoeg mee gepest, ik ben blut, failliet, arm, leeg, berooid. Mij rest een treinreis waar ik rustig kan schrijven, zodat er weer een boek uit kan komen, dat gekocht gaat worden, zodat ik weer rijk word en nieuwe steunzolen kan kopen. 
Kijk, en nu weet je nog niet of ik rijk ben!